Het Nederlandse ontbijt - Snel en gestructureerd
De meeste Nederlanders beginnen hun dag niet met een bord warme pap of een uitgebreid buffet, maar met... brood. Ja, gewoon een paar boterhammen. Meestal wit of bruin brood, al wint volkoren terrein door gezondheidsbewuste keuzes.
Daar gaat dan een laagje margarine op, en beleg dat varieert van hartig tot mierzoet:
- Kaas is een klassieker. Jong belegen is favoriet, al ziet u ook regelmatig komijnekaas of geitenkaas op tafel.
- Andere opties zijn pindakaas, appelstroop of hagelslag - vooral populair bij jongeren en kinderen.
Wie haast heeft, slaat het ontbijt niet over, maar eet in de trein of op kantoor. Een potje yoghurt met muesli of een banaan komt dan van pas.
Er wordt opvallend vaak koffie gedronken bij het ontbijt. Geen cappuccino of flat white, maar filterkoffie of een snelle espresso uit de volautomaat. Thee is ook gebruikelijk, meestal zonder melk.
Een glas sinaasappelsap? Tegenwoordig minder populair, vanwege de suiker. Water en zuiveldrankjes als karnemelk of drinkyoghurt zwaaien steeds vaker de plak.
Lunch - Opnieuw brood, met een twist
Rond het middaguur keert het brood terug. Ja, u leest het goed: tweemaal daags boterhammen is voor velen heel normaal. Ditmaal met variatie in het beleg, denk aan ham, filet americain, leverpastei of een gekookt ei. Op scholen en kantoren wordt er massaal geluncht met meegebrachte broodtrommels.
Toch ziet u langzaamaan verschuivingen. Steeds meer mensen kiezen voor salades, wraps of soepen. Vooral in de grotere steden wint de gezonde lunchoptie terrein.
Wie thuiswerkt, maakt vaker een warme lunch: een gebakken ei, een tosti of een restje van gisteren.
In de horeca vindt u veel broodjeszaken en lunchrooms, maar het aanbod blijft relatief bescheiden. U zult niet snel een uitgebreide warme lunch tegenkomen zoals de gewoonte is in Zuid-Europese landen.
De lunch is functioneel, kort en gericht op doorwerken. Een bakje koffie of een melkproduct sluit de maaltijd af.
Avondeten - Traditioneel versus modern
Het avondeten is de belangrijkste maaltijd van de dag in Nederland. Hier komen tradities en nieuwe invloeden samen.
Klassiek gezien bestaat het avondeten uit drie onderdelen: aardappelen, groenten en vlees. Denk bijvoorbeeld aan gekookte aardappelen met wortels en een gehaktbal. Of aan stamppot - een mengsel van aardappel met andijvie of boerenkool - meestal geserveerd met rookworst of spek. Deze traditionele gerechten worden nog steeds gegeten, vooral door oudere generaties en in kleinere dorpen.
Toch is de moderne Nederlandse keuken aan het veranderen. Pasta's, rijstgerechten en wereldkeukens winnen terrein. Lasagne, nasi, curry's en Mexicaanse wraps zijn inmiddels vaste prik in veel huishoudens.
Er wordt meer gegrild dan gekookt, en ook vegetarische en veganistische opties zijn in opkomst. Supermarkten spelen daarop in met vleesvervangers, kant-en-klare wokgroenten en verse maaltijdboxen. De airfryer is tegenwoordig populairder dan de frituurpan. En hoewel patat nog steeds wekelijks op het menu staat, kiest men vaker voor ovenfriet en salade erbij.
Tussendoor - Koek, fruit en drop
Tussen de hoofdmaaltijden door wordt er flink gesnackt. Koffie wordt vaak geserveerd met een koekje, zoals stroopwafels, spritsen of gevulde koeken. Ook fruit is populair, vooral appels, bananen en mandarijnen. Kinderen krijgen vaak een stuk fruit mee naar school.
Tijdens de middag is het gebruikelijk om iets hartigs te pakken. Een handje noten, een plakje kaas of een rijstwafel. Nederlanders zijn geen grote zoetekauwen, maar drop vormt een uitzondering. Er wordt per hoofd van de bevolking jaarlijks ruim twee kilo van gegeten. Zoute, zoete, zachte of harde drop - het ligt in vrijwel elk huishouden in de kast.
Op kantoren zijn ook snacks als ontbijtkoek, mueslirepen en chocoladerepen gemeengoed. Maar opvallend genoeg eet men zelden iets na het avondeten. Geen dessert, tenzij er bezoek is of het weekend is aangebroken. Een schaaltje vla of yoghurt is dan een eenvoudige afsluiter.
Drinken - Koffie, water, en bier
Nederlanders drinken veel koffie, zowel bij het ontbijt als halverwege de ochtend, na de lunch en zelfs 's avonds. Filterkoffie en senseo zijn gangbaar, espresso en cappuccino winnen terrein. Thee is de tweede grote speler, met name in de avonduren. Kruidenthee is geliefd, vooral munt- of kamillethee.
Water is steeds vaker de standaard bij maaltijden. Frisdrank is minder populair dan in het verleden, deels vanwege gezondheidsoverwegingen. Toch blijven cola en sinas nog wel aanwezig, zeker onder jongeren.
Alcohol hoort voor velen bij het weekend. Bier is het populairst, met pils als standaardkeuze. Wijn komt op tafel bij etentjes, en speciaalbier is in opkomst onder jongeren. Sterke drank wordt minder vaak gedronken, en meestal alleen bij gelegenheden.
Regionale verschillen en invloeden
Wat men eet in Amsterdam verschilt van wat er op tafel komt in Groningen of Limburg:
- In Friesland is suikerbrood bij het ontbijt gebruikelijk.
- In het zuiden eet men vaker zuurvlees of friet met stoofvlees.
- Zeeuwen houden van mosselen en bolussen. Brabant heeft een sterke koffiecultuur met iets lekkers erbij.
In de grote steden zijn er dan weer meer internationale invloeden merkbaar. In Rotterdam en Den Haag staan er vaker Surinaamse, Turkse of Indonesische gerechten op tafel. De multiculturele samenleving heeft het menu in veel huishoudens verrijkt.
Supermarkten bieden tegenwoordig producten aan die vroeger onbekend waren - Couscous, quinoa, kimchi en miso. Toch blijft de basis Nederlands: simpel, voedzaam en met weinig poespas.